Deel 3: hoe het begon

Het begin van het vastleggen van geluid, de eerste muziekregistratie en apparatuur

Naast het vastleggen van muziek in het notenschrift, heeft de mensheid de wens gehad om de geluidstrillingen vast te leggen op een drager, natuurlijk ook om het op een later tijdstip weer te kunnen geven. De vergelijking met de fotografie is snel gemaakt. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen was het niet Thomas Alfa Edison die met zijn fonograaf de eerste geluidsopname heeft gerealiseerd, maar… de Fransman Léon Scott. In 1860 zong hij het liedje ‘Au Clair de la Lune’ op zijn ‘fonautograaf’. Het betrof slecht een methode om muziek vast te leggen, afspelen kon nog niet want daaraan had hij niet gedacht (dat is pas gelukt in 2008, bijna anderhalve eeuw later!). Toch was het de briljante uitvinder Edison – met meer dan duizend patenten op zijn naam – die met het versje ‘Mary Had a Little Lamb’ in 1877 het was gelukt om de menselijke stem te reproduceren met behulp van de zogenaamde wasrol. Voor wie meer wil weten kan gerust een hele avond zoet zijn met wat er op Wikipedia hierover te vinden is.

Er kleefde wel een aantal praktische problemen aan dit ontwerp. Voor een tweede exemplaar moest er opnieuw ingesproken of ingespeeld worden, omdat je de wasrol niet kon dupliceren; het is immers een cilinder. Daarvoor zijn we de uit Duitsland geëmigreerde Emile Berliner dank verschuldigd. Hij sloeg de geluidsdrager eenvoudigweg plat, waardoor dupliceren een stuk eenvoudiger werd. Het werd een met was bedekte zinkplaat en daarmee de aftasting niet langer in het verticale maar horizontale vlak.

Om de kwetsbaarheid tegen te gaan ontwikkelde Berliner in 1898 een nieuw procedé, waarbij schellak werd gebruikt om de muziek vast te leggen en daarmee werd de 78-toerenplaat een feit. Het format was niet alleen veel slijtvaster dan de was-cilinders en zinkplaten, maar bleek ook veel geschikter voor het vastleggen van complex geluid. Was de grammofoon tot dan toe vooral een curiositeit, vanaf de eeuwwisseling werd het in toenemende mate een serieus instrument voor het vastleggen van complexe muziek. Een andere prettige bijkomstigheid was de verlengde speelduur! Dansverenigingen die zich wegens de financiën geen live-orkest konden permitteren, maakten graag gebruik van de grammofoon; de ‘disco’ was een feit.

De zwarte schijf en andere vormen van geluidsdragers van de laatste eeuw
Omdat vinyl als geluidsdrager ‘uit de oude doos’ nog steeds springlevend is – dit in tegenstelling tot allerlei andere systemen die in de twintigste eeuw het levenslicht zagen; ik noem slechts het ‘open-reel’-deck, de musicassette, de MiniDisc en nog enkele die hoog en breed van het toneel verdwenen zijn – even wat extra aandacht.

Eind jaren ‘40 werd de toepassing van vinyl actueel. Om de voordelen hiervan ten volle te kunnen benutten zou zowel de draaisnelheid als de spoed van grammofoonplaten moeten worden gewijzigd. Logischerwijze kom je dan uit op een draaisnelheid van ongeveer 40 toeren per minuut (ongeveer de helft van die van een standaard 78-toerenplaat). Er waren ondertussen echter twee systemen ontstaan die aanvankelijk met elkaar gingen concurreren, de 45-toeren single van RCA en de 331/3 toeren LP van Columbia. De grap was echter dat beide systemen levensvatbaar bleken, de single was zeer geschikt voor populaire plaatjes, terwijl de LP ideaal was voor klassieke opnames. Dat de snelheid van de single wat hoger lag dan de te verwachten 40 toeren komt omdat de maximale duur voor een populair nummer nog steeds ongeveer 4 minuten was en op een single past dat zeer gemakkelijk. Voor de LP geldt dat de speelduur eigenlijk zo lang mogelijk moet zijn, vandaar dat door Columbia voor een wat lager toerental werd gekozen. (Soms zie je op oude pick-ups ook nog ‘16’ staan. De 162/3 toeren plaat heeft precies de halve snelheid van een LP).

Dat vinyl ‘hip’, ‘cool’, lekker ‘retro’ of nostalgisch is, is natuurlijk leuk. Je kunt er dan ook met volle teugen van genieten, zeker ook omdat op de diverse markten veel tweedehands te koop is. Het heeft ook wel wat: zo’n mooie grote kunstzinnig vormgegeven hoes, die geur, het laten zakken van de naald in de groef en misschien het knappend haardvuurtje op de achtergrond. Vreselijk leuk allemaal en ik ‘doe’ ook nog steeds veel vinyl. Bedenk echter dat het veel zorg behoeft het onderste uit de groef te halen. Een pick-up van de witgoed-en-herrie-huishoud-boer voor een paar tientjes met ingebouwde phono-voorversterker en usb-stekker kán gewoon niet! Ga naar Hifi Solutions en koop iets fatsoenlijks waar je nog jarenlang plezier aan kunt beleven…

Leave a Reply

Sorry, you must be logged in to post a comment.